Geschillen

Indien partijen er niet in slagen om prestatieafspraken te sluiten, biedt de Woningwet 2015 de mogelijkheid om een geschil dat het maken van prestatieafspraken in de weg staat, voor te leggen aan de minister. Er moet dan natuurlijk wel een woonvisie aan de prestatieafspraken ten grondslag liggen.

De eerste verantwoordelijkheid om een geschil op te lossen ligt echter bij de lokale partners zelf. Te denken is daarbij aan de inzet van een onafhankelijke procesbegeleider of mediator.

Als dit niet lukt, kan het geschil ter beoordeling voorgelegd worden aan de minister, die over het geschil uiteindelijk een bindende uitspraak doet. Voor de geschilbeslechting bij prestatieafspraken heeft de minister een adviescommissie ingesteld. Deze commissie adviseert de minister over zijn uitspraak ten aanzien van het ingediende geschil. De minister doet op basis van het advies een bindende uitspraak over het geschil, waarbij deze het advies van de commissie in de regel zal bekrachtigen.

Geschilbeslechting moet vooral ook een doorstart naar een betere samenwerking tussen partijen zijn. Partijen moeten na de uitspraak immers weer opnieuw aan tafel gaan om alsnog te proberen prestatieafspraken tot stand te brengen.

Zowel een huurdersorganisatie, corporatie als gemeente kan een geschil indienen. Het geschil kan binnen de wettelijke termijn tot uiterlijk 6 maanden na 1 juli ontstaan en moet binnen 4 weken nadat de partij(en) hebben vastgesteld dat er een geschil is (de dagtekening) worden ingediend bij de minister. In beginsel kunnen partijen alle geschillen indienen die zij ervaren: procedureel (informatievoorziening, samenwerking, wettelijke voorschriften); relationeel (persoonlijke verhoudingen); en inhoudelijk. Bij de beoordeling van een geschil betrekt de adviescommissie:

  • een beschrijving van het geschilpunt en de positie van de betrokken partijen;
  • een beschrijving van het in de betreffende gemeente geldende volkshuisvestingbeleid c.q. de woonvisie;
  • het overzicht van de door de woningcorporatie voorgenomen werkzaamheden;
  • de jaarrekening, jaarverslag en accountantsverklaring van de woningcorporatie;
  • een verslag van het overleg over prestatieafspraken tussen de betrokken gemeente, woningcorporatie en huurdersorganisatie;
  • een inspanningsverslag over het lokale proces van prestatieafspraken en geschiloplossing;
  • een bewijsstuk waaruit blijkt dat het verzoek is toegezonden aan de andere bij het geschil betrokken partijen.

De adviescommissie die het geschil behandelt, adviseert zonder last of ruggespraak op basis van consensus, waarbij de leden onafhankelijk adviseren. Het gemotiveerde advies van de commissie wordt gepubliceerd bij de uitspraak die de minister doet.