U bent hier

Veelgestelde vragen

Zijn prestatieafspraken verplicht voor zowel DAEB als niet-DAEB?

Prestatieafspraken zijn niet verplicht zowel voor DAEB als niet-DAEB. Wel is het streven er op gericht te komen tot afspraken. Dat kan zowel over DAEB als niet DAEB gaan. In de wet is opgenomen (art 44) dat betrokken partijen  (gemeente, huurdersorganisatie, corporatie) een geschil kunnen voorleggen dat aan het maken van prestatieafspraken in de weg staat. 

Zijn prestatieafspraken juridisch bindend?

Ja, bindend voor de ondertekenende partijen. Eventuele conflicten ten aanzien van het niet nakomen van de afspraken kunnen aan de rechter voorgelegd worden.

Zijn huurdersorganisaties verplicht prestatieafspraken te ondertekenen?

Nee, er is geen verplichting in de wet voor ondertekening van de prestatieafspraken door huurders. De huurdersorganisatie moet voor zichzelf bedenken of ze wil meetekenen. Ook kunnen in de afspraken door huurders te leveren prestaties in staan. De huurdersorganisatie kan eveneens overwegen op onderdelen te tekenen. Dan dient wel vooraf duidelijk te zijn op welke onderdelen de huurdersorganisatie meepraat. Overigens kunnen partijen beslissen om , wanneer zij het niet eens zijn met de prestatieafspraken, niet akkoord te gaan. Het is in het uiterste geval mogelijk om een geschil voor te leggen aan de Minister.

Zijn de prestatieafspraken openbaar?

In het kader van transparantie is het wenselijk dat prestatieafspraken openbaar zijn en toegankelijk gemaakt worden, bijvoorbeeld op de websites van de betreffende gemeenten,  corporaties en huurdersverenigingen.

Wordt het kerngebied van een woningcorporatie bepaald door het aandeel van het totale sociale bezit (marktaandeel) in die regio?

De zienswijzen van gemeenten en corporaties wegen zwaar in het toewijzen van het kerngebied. Daarin kunnen het aantal woningen van de corporatie in de regio, het aandeel daarvan in het totale bezit van die corporatie, en marktaandeel belangrijke  factoren zijn. Het ligt voor de hand dat een woningcorporatie waarvan nagenoeg het gehele bezit in een bepaalde regio ligt, daar ook haar kerngebied krijgt. Bij corporaties waar het bezit min of meer evenredig is verdeeld over verschillende regio’s, kan de volkshuisvestelijke doelstelling een grote rol spelen. Ondergrens is dat in elke regio de opgave gerealiseerd moet kunnen worden. 

Wordt de passendheidsnorm gemeten op corporatieniveau of op gemeentelijk niveau?

Op corporatieniveau.

Welke parameters moeten gebruikt worden voor het waarderen van woonwagenstandplaatsen? Zijn dit de parameters van reguliere woningen of van studentenhuisvesting?

Woonwagens en woonwagenstandplaatsen worden volgens de parameters van reguliere woningen gewaardeerd.

Met de actualisatie van het handboek 2016 worden alleen de kamergewijze verhuur (onzelfstandige eenheden), HAT-eenheden, containerwoningen en gebouwde studio’s via de parameters van studentenwoningen gewaardeerd.

Woonwagens en woonwagenstandplaatsen, woonschepen met ligplaatsen, en standplaatsen worden via de parameters van reguliere woningen gewaardeerd.

Welke informatieverstrekking aan gemeenten is noodzakelijk over zowel de DAEB-tak als de niet-DAEB-tak, als de corporatie in meer dan één gemeente actief is?

Het is niet relevant of de corporatie in meer gemeenten actief is. Naast generieke informatie over de corporatie, moet de corporatie informatie beschikbaar stellen voor de gemeente en de huurdersorganisatie over de corporatie op gemeentelijk niveau. Jaarlijks wordt de indicatieve investeringscapaciteit van een corporatie aan lokale partijen ter beschikking gesteld. Daarmee krijgen zij een indicatie van de mogelijke extra ruimte voor volkshuisvestelijke inspanningen van toegelaten instellingen in hun werkgebied (artikel 38 BTIV). Toedeling van eventuele extra investeringsruimte van de toegelaten instelling naar gemeente zal geschieden op basis van het daar aanwezige bezit. In het kader van de achtervangafspraken verstrekt het WSW informatie over individuele corporaties aan de gemeenten. Splitsing van de WSW-informatie van de corporatie naar gemeenteniveau is mogelijk op basis van een nog nader door het WSW te bepalen verdeelsleutel, bijvoorbeeld aantal vhe’s DAEB en niet-DAEB, aantal vhe’s per gemeente. Niet alle informatie zal overigens te splitsen zijn op gemeenteniveau.

Welke andere verplichtingen gaat BZK aan de woningmarkt verbinden?

De wettelijke bevoegdheid van de minister om woningmarktregio’s vast te stellen heeft uitsluitend betrekking op de afbakening van het werkgebied van woningcorporaties. In de Woningwet en de daarvan afgeleide regelgeving worden geen andere bevoegdheden voor de minister gegeven ten aanzien van de woningmarktregio’s.

Wat zijn de regels voor onderlinge dienstverlening door corporaties? Bijvoorbeeld bij ICT-diensten?

Corporaties mogen elkaar onderling diensten leveren via een samenwerkingsverband (CV of VOF).

Voor het oprichten van een samenwerkingsverband middels CV en VOF is geen toestemming vereist van de minister. Omdat de CV en VOF geen rechtspersoonlijkheid hebben, is het mogelijk om compensatie (staatssteun) te verstrekken. De verstrekte steun wordt dan immers aan de deelnemende corporaties toegerekend.

Beoogd is om bij eerste wijziging van de Woningwet toe te staan dat corporaties elkaar diensten in het kader van de bedrijfsvoering mogen leveren zonder samenwerkingsverband.

Corporaties mogen geen diensten leveren aan derden (niet-corporaties). Andere partijen kunnen dus niet participeren in een samenwerking.

Pagina's