U bent hier

’Laat corporaties zelf aangeven wat ze met de financiële bestedingsruimte willen doen’

Stefan Wagenaar

Eind 2016 vond een evaluatie plaats van de Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties (IBW). De redactie vroeg een aantal deelnemers wat zij van de IBW vindt en de toelichting daarop. Maar ook of ze nog tips hebben hoe het beter kan. In deze tweede aflevering de reactie van financieel beleidsadviseur Stefan Wagenaar van de gemeente Rotterdam.

Wagenaar was betrokken bij een aantal van de prestatieafspraken met de corporaties en vindt het positief dat het ministerie van BZK nu jaarlijks een IBW publiceert. ‘Het is ook goed dat de IBW voor alle corporaties met dezelfde formule is berekend. Daardoor zijn de uitkomsten goed vergelijkbaar en hebben we een beter beeld van de financiële mogelijkheden bij de corporaties. Ik vond overigens de IBW voldoende en duidelijk toegelicht. Wel heb ik tijdens de evaluatie van andere deelnemers begrepen dat er huurdersorganisaties zijn die moeite hebben om de toelichting volledig te begrijpen. Maar misschien heb ik door mijn financiële achtergrond op dat punt ook wel een voorsprong. Ik heb dan ook geadviseerd om dit jaar met een betere toelichting te komen.’

Had uw gemeente bij het maken van de prestatieafspraken een goed beeld van de financiële mogelijkheden van de corporaties? Heeft de IBW daarbij een rol gespeeld?
‘Jazeker. We maken sowieso al een aantal jaar een meer uitgebreide analyse op de informatie die ons beschikbaar werd gesteld vanuit de Aw en het WSW, soms aangevuld met informatie van de corporaties zelf. De IBW is daarbij een mooie aanvulling.
Door de IBW kregen we een eigenlijk een second opinion op de financiële mogelijkheden, dat we mooi konden afzetten tegen onze eigen analyse. Ook gaf het ons op bovenlokaal niveau veel handige inzichten. Uit de cijfers valt bijvoorbeeld op dat de verschillen in de bestedingsruimte tussen de corporaties onderling groot zijn, maar ook per gemeente en regio’s enorm variëren. Zo kwamen van de vier grotere corporaties uiteindelijk twee in aanmerking om dit jaar iets extra’s met de financiële ruimte te doen. De twee, Woonstad en Woonbron, hebben ons laten weten hoe ze die extra ruimte gaan besteden. De ene gebruikt dit voor meer onderhoud en meer investeringen en de andere voor het matigen van de huur voor sociale woningen. Ook hebben we de corporaties de ruimte gegeven hun visie op de IBW te geven. Herkenden ze wat er stond? Wat was hun verhaal erbij?’

Voor welke onderdelen van de prestatieafspraken is de IBW vooral belangrijk geweest?
‘In de prestatieafspraken komen steeds dezelfde thema’s/opgaven terug, denk aan ‘Langer Thuis wonen’, ‘betaalbaarheid en beschikbaarheid’, ‘huisvesting van bijzondere doelgroepen’, ‘woonoverlast’, ‘inbraakpreventie’, ‘verduurzaming van de woningvoorraad’, ‘de Kansrijke Wijken’ en het ‘Nationaal Programma Rotterdam-Zuid’. De extra informatie was goed om te kijken of er nog iets meer gedaan kan worden op het gebied van Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, duurzaamheid en onderhoud.’

Gaat de gemeente in 2017 iets anders of meer doen dan in 2016?
‘De gemeente Rotterdam ziet de IBW als een goed middel om de financiële armslag van de corporatie te bespreken. In overleg met de corporaties bekijken we hoe de corporaties de investeringsruimte op een gezonde manier in de gemeente Rotterdam kunnen inzetten.
We gaan de IBW meer gebruiken dan in 2016. We willen in 2017 de IBW gebruiken voor de monitoring en evaluatie van de prestatieafspraken. We kijken in de evaluatie naar wat we van de vorige keer kunnen leren en of met de twee corporaties gemaakte afspraken, gerealiseerd zijn of gaan worden. Daarnaast vragen we alle corporaties nu in de uitvraag Prestatieafspraken 2018 om in hun bod een onderbouwing aan te leveren hoe ze de IBW 2017 ten gunste van de gemeente Rotterdam inzetten. Daarom is het goed dat het ministerie van BZK de IBW 2017 al in april 2017*in plaats van - zoals vorig jaar- eind juni publiceert. We maken trouwens niet alleen gebruik van de IBW. Bij één corporatie maken we ook gebruik van de transparantietool van Aedes.’

‘Voor de komende IBW 2017 zien we graag een vergelijking met die van 2016. Daarin kan worden aangegeven welk deel van de afwijking door eventuele parameteraanpassingen van de WSW/Aw en welk deel door maatregelen van de corporatie zelf is ontstaan. Denk aan meer investeringen in nieuwbouw, woningverbetering van woningen of huurmatiging. Verder zien we graag terug welke invloed de administratieve scheiding van het bezit in een daeb-tak en een niet-deab-tak voor de berekening heeft.’

Tot slot: heeft u nog een tip voor andere gemeenten?
‘Wees open en eerlijk in het gesprek met elkaar, geef de corporatie ook de ruimte om aan te geven wat ze willen doen met de financiële bestedingsruimte. Niet elke corporatie kan meteen op het maximum van de bestedingsruimte zitten, omdat er ook tegenvallers kunnen zijn. Ook zijn er wellicht projecten waarvoor wel al geld moet worden gereserveerd, maar die nog niet openbaar gemaakt kunnen worden. Door zo open en eerlijk met elkaar te spreken, krijg je een beter gesprek.
Als laatste kijk niet alleen naar de IBW. Bij de gemeente Rotterdam kijken we naar het totaalplaatje: de IBW plus de investeringen in nieuwbouw en renovatie die in de prospectieve informatie (dPi) van de corporatie zijn meegenomen.’ 

* Toen dit artikel werd afgenomen was de precieze datum van verschijnen nog niet bekend. In bijgaand nieuwsbericht staat wanneer de IBW 2017 verschijnt.

Lees hier deel I: Corporaties: wees helder over je financiële positie.